SEIZOEN

Begin juni. De zon staat hoog aan de hemel. Eindelijk is het aangenaam weer. Ondanks het lange en kille voorjaar bemerk ik bij mezelf een jaarlijks terugkerend fenomeen dat te maken heeft met licht en lucht. Vanaf april ervaar ik een sterke, niet te stoppen energie. Ik ontbrand snel. Mijn activiteiten en mijn tempo nemen toe, even als mijn ongeduld. Als ik me te veel mee laat slepen, voel ik me letterlijk ‘uit mijn lijf getrokken’. Bewegelijk, snel emotioneel, een druk gevoel. Mijn gemoedstoestand in juni komt ieder jaar weer overeen met de uitbarstende natuur. Er zit niks anders op dan me over te geven. Na het vurige kantelpunt eind deze maand keert alles langzaam terug naar de kern. Ook ik.

VERLANGEN

‘Waar sta jij over drie jaar?’, vraagt ik, terwijl ik haar  onderzoekend aankijk. Iets in haar houding verandert. Ze recht haar rug, haar stem wordt vaster en ze kijkt me zelfverzekerd aan. ‘Dan sta ik voor volle zalen, geef ik workshops en organiseer ik studiedagen over inspiratie, biografie en wil’, antwoordt ze. Alles in haar bevestigt wat ze zegt.

Met het uitspreken van haar verlangen geeft ze het lucht en vorm in woorden. Haar ogen twinkelen en iets van die enorme drive die ze in zich heeft draagt ze ogenblikkelijk over. Wat ze zegt geloof ik meteen. Ik koop alvast een kaartje.

LOODZWAAR EN VEDERLICHT

Een meeting aan het eind van de vrijdag. De afspraak is met moeite gemaakt. Niemand durft zich er meer aan te onttrekken. Het is een verplichte huiswerkopdracht bij een cursus. Onderwerp van het gesprek: ‘innerlijke drijfveren’. In plaats van vederlicht sleept het gesprek zich loodzwaar voort.

Dan vertelt ze over haar ziekte, het verlies van gezichtsvermogen, de operaties, het moeizame herstel en de rouw.  “Verlies van  gezichtsvermogen betekent niet dat het leven voortaan uitzichtloos is. Ze helpt anderen het licht terug te brengen in het leven.

Vanmiddag is ze zelf het bewijs. Hoe loodzwaar opeens vederlicht is.

 

WAT HEEFT ZICH BIJ JOU IN HET DUISTER ONTWIKKELD?

Half februari. De seizoenen volgen elkaar in rap tempo op. Voor mijn werkkamer staat de perenboom vol in knop, wachtend op de eerste warme zonnestralen. Hoewel het nog winter is, staan de sneeuwklokjes al bijna een maand uitbundig te bloeien. Het eerste klein hoefblad en speenkruid zijn gesignaleerd. De krokussen laten zich van hun mooiste kant zien en in de bermen staat het frisse groen van het fluitenkruid. De kleur keert terug.

Sinds een week kriebelt het ook in mij. Ik wil er op uit trekken, naar buiten gaan, me warmen aan de vroege lentezon. Twee weken geleden voelde ik die behoefte nog niet. Na november komt bij mij doorgaans alles tot stilstand. De koortsigheid van begin december maakt plaats voor de feestdagen. Vervolgens de heerlijke vrije val in rust, begin januari. Ik beweeg me dan op de tast in het duister van het nog niet weten.

Er ontwaakt iets in mij in het begin van februari. Na Maria Lichtmis voel ik de behoefte om te voorschijn te komen. Ik ga naar buiten en ontdoe me traag van mijn winterkleed. Wat dient zich aan? Ik ben nieuwsgierig, benieuwd naar de mensen die mijn pad gaan kruisen. Nu gaat alles nog traag. De lente versnelt straks het leven.  Nog een paar maanden en dan sta ik weer in het vuur van de zomer. Zo ver is het gelukkig nog niet. Ik ben benieuwd wat er daar op me wacht. Voorzichtig ga ik op weg. Benieuwd wat zich straks toont in het licht.

Hoe vergaat deze periode jou? Wat heeft zich bij jou in het donker ontwikkeld? Als je wilt, lopen we een stukje samen op. Je bent van harte welkom.

IEDER LEVEN IS HET WAARD

Vrijdag, 29 november 2019. Geraakt door verhalen van medereizigers – pelgrims – onderweg.

Een jonge architecte die door een progressieve ziekte langzaam blind wordt, vertelt over de overweging haar leven te beëindigen als ze niets meer kan zien. ‘Dan hoeft het niet meer’. Een blinde vrouw die haar vraagt of blinden minder waard zijn, omdat ze de wereld niet met de ogen zien. Ieder leven is het waard op weg te gaan.
Een begeleider vertelt over jongeren, kinderen nog, veelal opgegroeid in instellingen – die voor het eerst in hun leven iets afmaken. Ze mogen bijna nergens zijn. Lastpakken, oproerkraaiers, kleine crimineeltjes. Soms door de rechter gedwongen om mee te gaan. Hoe sommigen er in slagen hun leven op de rit krijgen na deze ervaring. Ieder leven is het waard op weg te gaan.
Een geestelijk verzorger bij een ggz-instelling verhaalt over het eigen gevecht. “Het ging anders dan wij van te voren hadden gedacht”. Over loslaten gesproken. Ieder leven is het waard op weg te gaan.
Tenslotte de man die met een groep rolstoelers en vrijwilligers de tocht maakt. De beelden zijn prachtig. Een man die na een hersenbloeding en lange revalidatie in een rolstoel begint en steeds verder kan lopen staat aan het eind van de reis naast zijn eigen rolstoel. Ieder leven is het waard
De rollen van mensen mogen verschillen, maar iedereen is het waard op weg te gaan.

DE VROUW DIE HAAR EIGEN KRACHT NIET ZIET

Zaterdag . De regen valt gestaag. Het weerhoudt me niet. Slecht weer bestaat niet, slechte kleding wel. Ik trek ik mijn regenjas aan en stap de regen in. De herfst kleurt de bladeren. Ik geniet. De zuurstof in de lucht drogeert me bijna. De miezerregen gaat over in slagregen. Het deert me niet. Dit is mijn kracht.

Opeens ben ik terug op de Camino tussen Cacabelos en O Cebreiro. Opgelucht neem ik afscheid van mijn chagrijnige Canadese kamergenote. Ze zegt dat ze niets kan. Ze werkt al jaren voor het Canadese Openbaar Ministerie. Nu leert ze voor rechter. Als ze straks terugkomt, beginnen de examens. Ze zal zakken. Ze kan het niet. Dat geldt ook voor de Camino. Santiago is een onhaalbaar doel. Ze kan het lichamelijk niet aan. Ik erger me aan haar, maar houd me in.
Onderweg geniet ik van de regen. Mijn lichaam overbrugt bijna moeiteloos het hoogteverschil van 800 meter. Mijn Canadese kwelgeest lijkt aan me vastgeplakt. Ze loopt me telkens voorbij als ik rust. Dan beklaagt ze zich dat ze mij niet bij kan houden. Als ik haar inhaal, zegt ze steeds, dat ze het einddoel vandaag niet haalt. Het pad is smal en glad. In O Cebreiro installeer ik me na een lange, natte dag in de herberg. Ik douche en ga daarna naar het restaurant van het naastgelegen hotel.
Als ik net aan tafel zit, stapt de Canadese binnen. ‘Als je geen bed voor me hebt, eindigt mijn Camino hier, zegt ze tegen de receptionist. Dan ontwaart ze mij. ‘Jij bent zoveel sterker’, zegt ze. En opeens weet ik wat me zo stoort aan haar. Hier staat mijn Alter Ego in slechte dagen. De vrouw die haar eigen kracht niet ziet, de vrouw die ik zo goed ken als mezelf.

KOM VANAVOND MET VERHALEN

​De eerste week van september. Het weer is omgeslagen. Een zuidwesten wind voert onstabiele lucht aan. De voorbode van herfst, die onherroepelijk volgt.

Onwillekeurig denk ik terug aan de dag precies tien jaar geleden. Halverwege mijn tocht stapte ik samen met een Vlaming. We waren elkaar onder Limoges tegen het lijf gelopen en trokken samen op. We vertelden elkaar wonderlijke verhalen over onze levens in de derde persoon enkelvoud. Zo veranderden we onze wereld in een sprookjesland en kon onze geschiedenis lucht en licht krijgen. Aan de stroom van verhalen kwam geen einde.

Toen de Vlaming een paar weken later uit beeld verdween, bleef ik achter met de zekerheid van de verhalen. Slechte verhalen bestaan niet. Alle verhalen zijn het waard verteld te worden. We hebben allemaal een verhaal. Elk verhaal verdient een luisterend oor, hoe gruwelijk het soms ook is. Als een verhaal woorden krijgt, ontstaat iets nieuws. Ik nodig je uit. Het vertelseizoen is geopend.

COMPOST COMPOSTELA

Ik ben een week alleen thuis. Het is midden in de schoolvakanties en stil op straat. Ik bezoek het maandelijkse Café Saint Jacques, een ontmoetingsplek voor potentiële pelgrims, ex-Santiagogangers en Santiago recidivisten. Wat drijft ons?

Ik lees het prachtige boek van Edith Eva Eger – De Keuze. Ik bekijk de geweldige documentaire ‘The biggest little farm’. En dan valt  het kwartje.
Opeens treft mij de overeenkomst tussen voedingsrijke compost en de weg naar Compostela.
Het gaat niet om wat me overkomt, maar om wat ik er mee doe. Als mijn bodem niet ontvankelijk is en me beperk tot slechts één gewas ben ik meer dan kwetsbaar, Dan conformeer ik me aan de huidige ideeën over monocultuur, efficiëntie, groei, winstoptimalisatie en kostenreductie. Het lijkt logisch, maar in feite pleeg ik roofbouw. Ik sluit namelijk het gezonde ritme en de natuurlijke samenhang uit. Dan ben ik bezig met het bestrijden van tegenslagen en put zo mijn bodem uit, spoel haar weg met mijn venijn.
Als ik er voor kies om de samenhang te herstellen en de plagen als leermeesters te verwelkomen, te onderzoeken wat er nodig is om het evenwicht te herstellen en waar ik kan ingrijpen om het totale proces te ondersteunen, worden de plagen mijn extra ogen.  Dan gebruik ik het omgezette oude als compost voor het nieuwe. Geen enkele les is dan voor niets geweest. Daarom ga ik telkens weer op weg, met de ervaringen van hiervoor in mijn rugzak. Compost – Compostela, what’s in a name?

DAT JE MAG PASSEN

1/1/2019

Dit jaar is goed begonnen. Ik ben enorm opgelucht.  De aanleiding lijkt triviaal in het licht van de grote wereldproblemen, maar ik maakte me zorgen. Afgelopen zomer genoot ik volop van mijn voettocht van Leidschendam naar Gent. Temperatuur en afstanden deerden mij nauwelijks. Ik voelde me jong en onaantastbaar. Dat gevoel verdween snel in de afgelopen herfst. Vanaf eind oktober probeerde ik aan de gedachte te wennen dat dit misschien wel mijn laatste voettocht was. Die gedachte deprimeerde me. Wat was het geval?
Mijn voeten zijn trouwe dienaren voor een wandelaar. Ik vertroetel ze dan ook. Vlak voor mijn trektocht schafte ik nieuwe steunzolen aan. De hele tocht geen centje pijn. Na de  zomer kocht ik een nieuw paar schoenen van hetzelfde merk, met dezelfde pasvorm.
Wandelen ging  daarna niet meer zo gemakkelijk. Mijn voeten verkrampten. “Kwestie van inlopen”, dacht ik nog. Ik zette door en soms leek het wat minder te zijn.
​In november kreeg ik plotseling heftige pijn in mijn knie. Artrose…?  Mijn fantasie ging  op de loop. Wandelen – mijn tweede natuur – loslaten? De pijn werd niet minder, Mijn humeur zakte tot ver onder het vriespunt.
Vandaag zette plots de dooi in. Ik vond oude wandelschoenen – tikje te smal voor de tenen, maar ik heb er de vierdaagse van Nijmegen op voltooid. Zooltjes erin en wonder boven wonder – vandaag heb ik voor het eerst sinds twee maanden bijna pijnvrij gewandeld…
De les? Dat wat altijd passend leek, kan opeens zeer pijnlijk zijn.
Blijf zoeken naar dat wat als gegoten zit en geef niet te snel op. Het is de moeite waard.
Een wijs en passend 2019 gewenst!